beheersing
vrouwelijk (de)/bəˈhersɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het meester zijn over.Het liefst wilde hij de hele boel bij elkaar vloeken, volledig door het lint gaan. Een opleving van uiterste beheersing verhinderde dit echter.
Etymologie
* van beheersen
Vertalingen
Spaansdominio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek