behemoth

mannelijk (de)/beˈhemɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. enorm groot beest met vier poten, zoals Behemoth uit de Bijbel (Job 40:15)
    In sommige landen kan de adel verdwijnen, even als sommige diersoorten ophouden te bestaan, b.v. de eenhoorn, de behemoth, de fenix, die de oudheid kende, ...
  2. figuurlijk (figuurlijk) een buitengewoon groot, onbeheersbaar geheel
    In gelauwerde, commercieel succesvolle films als Syriana, The Good Shepherd en The Bourne Ultimatum is de overheid een behemoth die gewetenloos burgers, journalisten en eigen ambtenaren uit de weg ruimt;
  3. Behemoth, reusachtig land- en waterdier uit de oertijd; in vertalingen vaak: nijlpaard (Job 40:15)

Etymologie

* van בהמות (behemot) "beesten", meervoud van בהמה (behema) "beest"

Vertalingen

Engelsbehemoth