bekwaam

bəˈkwam

Wat is de betekenis van bekwaam?

bekwaam betekent: in staat om bepaalde taken goed uit te voeren; competent, capabel, kundig

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. in staat om bepaalde taken goed uit te voeren; competent, capabel, kundig
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekwamen
  2. gebiedende wijs van bekwamen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekwamen

Voorbeelden van "bekwaam" in een zin

  • De bekwame arts wist de patiënt goed te behandelen.
  • Ik bekwaam.
  • Bekwaam!
  • Bekwaam je?

Betekenis en uitleg van bekwaam

Het woord 'bekwaam' verwijst naar de vaardigheid of competentie om iets goed te kunnen doen. Iemand die bekwaam is, heeft de juiste kennis en ervaring om een taak succesvol uit te voeren.

Je gebruikt het woord 'bekwaam' vaak om iemands vaardigheden te beschrijven, bijvoorbeeld in een professionele context of bij het uitvoeren van specifieke taken. Het kan ook een positieve connotatie hebben, zoals in 'bekwame vakman', wat aangeeft dat iemand niet alleen de vereiste vaardigheden bezit, maar deze ook met vertrouwen toepast. Het kan ook worden gebruikt om te benadrukken dat iemand in staat is om onder druk of in uitdagende situaties goed te presteren.

Voorbeelden

  • De nieuwe medewerker is zeer bekwaam in het oplossen van technische problemen.
  • Voor deze rol zijn bekwaamheid en ervaring met projectmanagement essentieel.
  • De bekwaamheid van de chef-kok om gerechten te bereiden, is ongeëvenaard.

Woordoorsprong

Het woord 'bekwaam' is afgeleid van het Middelnederlandse 'bequaem', wat 'geschikt' of 'capabel' betekent, en heeft zijn oorsprong in het Proto-Germaanse 'bikwamą', dat een vergelijkbare betekenis had.

Veelgestelde vragen over bekwaam

Wat is de betekenis van bekwaam?

bekwaam betekent: in staat om bepaalde taken goed uit te voeren; competent, capabel, kundig

Hoeveel betekenissen heeft bekwaam?

bekwaam heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je bekwaam in een zin?

Voorbeeld: “De bekwame arts wist de patiënt goed te behandelen.

Etymologie

In de betekenis van ‘kundig’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Vertalingen

Engelscompetent, able
Duitsgeschickt, fähig, kompetent
Spaanscapaz, apto
Zweedsskickligt