bel

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛl/

Wat is de betekenis van bel?

bel betekent: klok, schel, zoemer

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klok, schel, zoemer
  2. jachttaal (jachttaal) Falkenschelle
  3. rond ornament dat op het lichaam aangebracht wordt; oorbel
  4. scheikunde (scheikunde) luchtblaas in water, zeepbel
  5. geologie (geologie) grote hoeveelheid gas in de bodem
  6. voeding (voeding) groot glas
  7. muziekinstrument (muziekinstrument) een rond, schaalvormig metalen voorwerp in de vorm van een klok of halve bol al dan niet met klepel, bedoeld om een muzikale klank voort te brengen ter oproep of ten teken
  8. verouderd (verouderd) onverzorgd ogende, onaantrekkelijke vrouw (nog gangbaar als tweede deel samenstellingen)
zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) eenheid van geluidsintensiteit

Voorbeelden van "bel" in een zin

  • Hij hoorde de bel gaan en liep naar de deur om open te doen.
  • Het meisje droeg een mooie parel als oorbel.
  • Een zeepbel ontstaat door de oppervlaktespanning van water.
  • De aardgasbel heeft voor veel welvaart gezorgd in Nederland.
  • Ik dronk een grote bel wijn.

Betekenis en uitleg van bel

Een bel is een object dat geluid produceert wanneer het wordt aangeslagen of bewogen. Vaak wordt het gebruikt om aandacht te trekken of als indicatie dat iets is gebeurd, zoals het begin van een les of het aankondigen van een maaltijd.

Je hoort vaak een bel in situaties waar je snel op de hoogte wilt zijn van iets, zoals een schoolbel die het begin of het einde van een les aangeeft. Ook bij evenementen of in de horeca wordt een bel gebruikt om gasten te verwelkomen of te informeren. De klank van een bel kan ook een bepaalde sfeer oproepen, zoals een feestelijke of plechtige gelegenheid.

Voorbeelden

  • De schoolbel ging, en alle leerlingen renden de klas uit.
  • Bij het diner hoorde je de bel rinkelen, wat betekende dat het tijd was om aan tafel te gaan.
  • Tijdens het festival klonken de grote klokken in de toren als een uitnodiging voor alle bezoekers.

Woordoorsprong

Het woord 'bel' komt van het Oudnederlands 'belle', dat verwijst naar een klankproducerend object. Dit is verwant aan het Germaanse 'bolla', wat ook een soort bel of klankbron betekent.

Veelgestelde vragen over bel

Wat is de betekenis van bel?

bel betekent: klok, schel, zoemer

Hoeveel betekenissen heeft bel?

bel heeft 9 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft bel?

bel is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je bel in een zin?

Voorbeeld: “Hij hoorde de bel gaan en liep naar de deur om open te doen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘gasbolletje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1586

Uitdrukkingen

  • [1] (spreektaal) (schertsend) aan de bel trekken
  • [1] (spreektaal) (schertsend) de kat de bel aanbinden

Vertalingen

Engelshandbel
DuitsBimmel, Glocke, Klingel
Russischзвонок