belagen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand agressief/intimiderend benaderen
    Hij werd aan alle kanten door zijn vijanden belaagd.
  2. opdringerig iets (proberen te) vragen
    De minister werd door de journalist met een microfoon veel te opdringerig belaagd en achtervolgd.
    Seconden later werd ik verbaal belaagd door de kleine, witharige Anko: 'Hallo, Frans! Lekker weertje niet!'{{Aut| Valens, Anton

Etymologie

*Afgeleid van het verouderde laag (hinderlaag)

Vertalingen

Engelsbesiege, beleaguer, waylay
Fransharceler
Duitsbedrängen
Spaansacechar, asediar, acosar