belasten
/bəˈlɑstə(n)/
Wat is de betekenis van belasten?
belasten betekent: (ov) gewichten plaatsen op
Betekenis
werkwoord
- (ov) gewichten plaatsen op
- (ov) als prestatie vergen
- (ov) opdracht geven tot
- (ov) iets bezwaren met een verplichting bijv. belasting heffen op
- (refl) zich ~ met: de verantwoordelijkheid of uitvoering van iets op zich nemen
Voorbeelden van "belasten" in een zin
- Jullie hebben de auto te veel belast.
- De derde tree van boven die kraakte, een bobbel in het tapijt van de overloop die een vreemd geluid maakte als je er met je volle gewicht op ging staan, het middenstuk van de trapleuning dat piepte als je het te veel belastte.
- De server werd een lange tijd te zwaar belast, waardoor hij uitviel.
- JezusWaren ze plotseling allemaal miljonair? Wat verder de behoefte aan cashflow betrof, vervolgde directeur Solveig de presentatie met onverstoorbaar zelfvertrouwen, werden natuurlijk alle huurinkomsten overgeheveld naar rentekosten en herstelwerkzaamheden om het bedrijf niet te belasten met onnodige belastinguitgaven.
- Belast die man toch niet met zoveel taken!
Etymologie
*Afgeleid van last
Vertalingen
Engelsload, take charge of
Franscharger, se charger de, prendre en charge
Duitsbelasten
Spaanscargar, cargarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek