belastingschuld

mannelijk/vrouwelijk (de)/bə'lɑstɪŋsxʏlt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het nog moeten betalen van een bedrag aan de belastingdienst
    Het was al bekend dat ondernemers vijf jaar de tijd krijgen om de belastingschuld terug te betalen die tijdens corona is opgebouwd. Die betalingsregeling staat vanaf 1 oktober volgend jaar open. De Belastingdienst wil "voorkomen dat levensvatbare bedrijven in de problemen komen" en versoepelt daarom de betalingsregeling.

Etymologie

* Samenstelling van belasting en schuld