belastingverhoging

vrouwelijk (de)/bə'lɑstɪŋvərhoɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vermeerdering van de hoeveelheid geld die men aan de overheid moet betalen
    Volgens Van Poelgeest is zo'n belastingverhoging voor burgers "onvermijdelijk".
    De Britse premier Johnson heeft een belastingverhoging van 1,25 procent aangekondigd. Met die verhoging wil hij het zorgstelsel hervormen en de achterstand in de niet-kritieke zorg door de coronapandemie wegwerken. Het kabinet is akkoord gegaan met het voorstel.

Vertalingen

Engelstax increase