belegsel
onzijdig (het)/bə'lɛxsəl/
Wat is de betekenis van belegsel?
belegsel betekent: dat wat men op een boterham doet om het smakelijker te maken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat wat men op een boterham doet om het smakelijker te maken
- iets waarmee men een oppervlak bedekt ter versiering of bescherming
Voorbeelden van "belegsel" in een zin
- Er werden veel goede woorden gesproken en de grote sneden brood met echt Drents belegsel werd alle eer aangedaan. Neerlandia. Jaargang 61 [https://www.dbnl.org/tekst/_nee003195701_01/_nee003195701_01_0033.php Drenthse dag in Den Haag Voorloper van vele provinciedagen]
- Terwijl mijnheer in stad zijn beleggingen verzorgt, heeft mevrouw in haar morgenjak de beslommeringen van het ‘belegsel’. Wat zal het wezen vandaag? Kaas, rookvleesch of boterhammenworst? (1929)–Kees van Bruggen [https://www.dbnl.org/tekst/brug007gesc01_01/brug007gesc01_01_0030.php De geschiedenis van het huis. Een verhaal van vele avonturen]
- Tabernakelkastje (XVIII d) met parelmoer belegsel en houten beeldjes. Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel III. De provincie Zuidholland [https://www.dbnl.org/tekst/_voo016voor12_01/_voo016voor12_01_0171.php Zevenhoven.]
Etymologie
* van beleggen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek