beslag
onzijdig (het)/bəˈslɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) beslaglegging, inname van goederen van rechtswege, confiscatieDe televisie wordt in beslag genomen.De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) heeft beslag gelegd op enkele bedrijfsrekeningen van een rijke Rus die op de sanctielijst staat. Het gaat in totaal om 137 miljoen euro... [https://www.nu.nl/economie/6191009/fiod-legt-voor-137-miljoen-euro-beslag-op-bankrekeningen-van-rijke-rus.html www.nu.nl (23 mrt 2022)]Volgens de brief kwam de dreiging niet van de nationalistische opstandelingen en hun buitenlandse troepen, maar van de Spaanse communisten, die op het punt stonden om de door Britten gehuurde finca's te plunderen en alle privébezittingen in beslag te nemen.
- (kookkunst) vloeibaar deeg (mengsel van een vaste stof, zoals meel of kalk, met een vloeistof)Oma heeft weer beslag gemaakt voor oliebollen.
- (bouwkunde) kleine metalen elementen zoals krukken, knoppen, schilden, rozetten, sleutelgatplaatjes op deur of raam (Hang-en-sluitwerk)Het beslag werd als een stelpost in de begroting opgenomen.
- (waterbeheer) bodembescherming bestaande uit een laag rijshout of riet, bezet met tuinen, of soms met ijzerdraden aan paaltjesDe afgeslagen vakken werden afgedekt met beslag van riet en rijshout met ijzerdraadspanningen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘meel met water aangelengd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Uitdrukkingen
- beslag leggen op iets
- in beslag genomen worden door
- in beslag nemen
- zijn beslag krijgen
Vertalingen
Engelsbatter
DuitsPfändung, Beschlag, Beschlagnahme
Spaansembargo, secuestro, masa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek