beleid

onzijdig (het)/bəˈlɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plan van aanpak voor het oplossen van problemen in de meest ruime zin
    Het is ons beleid om de werknemers ook mee te laten delen in de winst.
    Wij weten nog niet wat het zwartepietenbeleid gaat worden
    Als reactie op deze epidemie wordt er door steeds meer bedrijven en overheden beleid gemaakt om mensen na een aantal jaar trouwe dienst verplicht op verlof te sturen.
  2. iets met beleid doen: pas iets doen nadat men eerst nagedacht heeft
    De impulsieve man deed niets met beleid.

Etymologie

* , In de betekenis van ‘wijze van handelen’ voor het eerst aangetroffen in 1291

Vertalingen

Engelspolicy, tact
Franspolitique, stratégie
DuitsPolitik
Spaanstino, tacto, tiento
Deenshensigt, plan, manér