belezing
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het met liturgische gebeden uitdrijven van de duivelEen man werd erg ziek na het eten van een peer die hij van Elisabeth had gekregen. Hij kreeg hevige pijnen in de hartstreek maar kon door belezing gered worden.Getuigen bevestigden Guiselynes jarenlange heksenfaam. Mensen en dieren waren ziek geworden na contact met haar. Ofwel stierven ze, ofwel waren ze genezen na kerkelijke belezingen.
Etymologie
* van belezen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek