belgitude
vrouwelijk (de)/ˌbɛlɣiˈtydə/
Wat is de betekenis van belgitude?
belgitude betekent: levensstijl, geestelijke instelling of manier van doen die kenmerkend is voor Belgen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- levensstijl, geestelijke instelling of manier van doen die kenmerkend is voor Belgen
- trotse of enthousiaste instelling van Belgen tegenover hun land
Voorbeelden van "belgitude" in een zin
- In een verende Citroën DS reist hij langs de grenzen van het land, om keer op keer die wonderlijke mengeling te vinden die hij belgitude noemt: die naamloze rommeligheid, die stuurloosheid, die welbewuste losbandigheid, die vrijheid van taal, gedrag, dat plannentrekken van de inwoners.
- De overmoed van België als sportnatie is mede het gevolg van een jarenlange tricolore drooglegging. Er was nog weinig om trots op te zijn. Ach, nationbuilding: hooguit wat dancemuziek. Het voetbal deed niet mee aan een verhevigde belgitude.
Etymologie
*kofferwoord gevormd uit "België" en "attitude"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek