Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
belletrek
mannelijk (de)/ˈbɛləˌtrɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handeling waardoor een bel rinkeltVier nijdige rukken aan de bel… Noodsignaal… (…) In de opwindende stemming, dacht niemand meer aan de conducteur, die direct na de waarschuwende belletrek in het verkeersgeroezel verdwenen was.{{ouds|1935/46
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek