beloning

vrouwelijk (de)/bə'lonɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat men krijgt na het verrichten van een goede daad
    laatste fase van een project: beloning van hen die er niets mee te maken hebben
    Een pluim van de juf is natuurlijk de mooiste beloning die een kind op school kan krijgen.

Etymologie

* van belonen .

Vertalingen

Engelsreward
Fransrécompense
DuitsBelohnung
Spaansrecompensa
Poolsnagroda, wynagrodzenie
Zweedsbelöning
Deensbelønning