bemesting

vrouwelijk (de)/bə'mɛstɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Het vruchtbaar maken van de grond door natuurlijke - of kunstmest.
    Planten halen energie uit de bodem, ga dus jaarlijks de tuin bemesten. Maar met welke bemesting kun je het best je tuin bemesten?

Etymologie

* van bemesten

Vertalingen

Engelsdressing, fertilization, manuring
Spaansabono