bemoederen
/bəˈmudərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) als een zorgzame moeder optreden, moederlijk zijn voorHet is een delicate evenwichtsoefening: willen bemoederen zonder bemoeizuchtig over te komen. ‘Veel hangt af van hun voorgeschiedenis en de huidige gezinssituatie. Was de ouder-kindrelatie al hecht of niet? Heeft het kind intussen een partner en een eigen gezin? Bij alleenstaande of gescheiden kinderen is de betrokkenheid van ouders doorgaans groter.’ Tubantia ZATERDAG 7 OKTOBER 2017
- (ov) (figuurlijk) (pejoratief) (te) bazig en zorgend optredenZe keek van me weg. Ik wist wat ze dacht: waarom heb jij toch altijd de pretentie om alles beter te weten en mij te bemoederen? Maar ze hield haar mond, want voor je het wist was er ruzie. Ze kon niet tegen ruzie. Er waren genoeg ruzies in haar leven geweest.{{Aut|Majeau, OlgaDoor de complete stilte die er in de woonkamer hing klonken de woorden onevenredig beschuldigend, bemoederend en vooral luid.
Etymologie
*samenstellende afleiding van moeder en als leenvertaling van "bemuttern"
Vertalingen
Engelsmother
Fransmaterner
Duitsbemuttern
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek