Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
benchcoach
mannelijk (de)/'bɛntʃkotʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) (beroep) de rechterhand van een teammanager, vooral in honkbal, en zit naast de manager om advies te geven over strategie en tactiek, beslissingen te ondersteunen en informatie door te geven aan de spelers
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek