beneficie

vrouwelijk (de)/หŒbenษ™หˆfisi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) geestelijke functie (officium) met daaraan verbonden recht op inkomsten uit de prebende

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van โ€˜voorrechtโ€™ voor het eerst aangetroffen in 1462

Vertalingen

Spaansbeneficio