bengel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spottend) brutaal iemand, m.n. een kindWe hebben drie van die bengels grootgebracht, waar.
Etymologie
* In de betekenis van ‘deugniet’ voor het eerst aangetroffen in 1635
Vertalingen
Engelsclapper, naughty boy, pickle
Spaansbadajo, muchacho travieso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek