schavuit
mannelijk (de)/sxaˈvœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) een persoon die kwaad bedrijft of in de zin heeftWe zullen het die schavuit nog wel betaald zetten.
- (in afgezwakte betekenis) ondeugend iemand, m.n. een kindKleine schavuit, wat heb je nu weer gedaan!
Etymologie
* In de betekenis van ‘schelm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Vertalingen
Engelsscoundrel
Italiaansbirbone
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek