schavuit

mannelijk (de)/sxaˈvœyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) een persoon die kwaad bedrijft of in de zin heeft
    We zullen het die schavuit nog wel betaald zetten.
  2. (in afgezwakte betekenis) ondeugend iemand, m.n. een kind
    Kleine schavuit, wat heb je nu weer gedaan!

Etymologie

* In de betekenis van ‘schelm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Vertalingen

Engelsscoundrel
Italiaansbirbone