bepakking
vrouwelijk (de)/bə'pɑkɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wat een soldaat aan voedingsmiddelen, kleding enz. zelf medevoert
- wat iemand allemaal moet dragen of aanhebben
Etymologie
*afgeleid van bepakken
Vertalingen
Engelsequipment, baggage, luggage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek