beperken

/bəˈpɛrkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een verminderde reikwijdte geven, limiteren
    De deelname hieraan is beperkt tot minderjarigen.
  2. ov (ov) iemand hinderen in zijn mogelijkheden
    De leider van het land wordt door de grondwet beperkt in zijn macht.
  3. zich ~: minder doen
    Door zijn ziekte moest hij zich beperken tot het doen van het aller noodzakelijkste.

Etymologie

*afgeleid van perk

Vertalingen

Engelslimit, confine, restrict
Duitsbeschränken, eingrenzen, limitieren
Spaanslimitar, coartar, reducir
Poolsograniczać