berging

vrouwelijk (de)/ˈbɛrgɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bergen van iets
    De berging van de vrachtauto gebeurde met een takelwagen.
  2. opbergplaats, bergplaats
    We hadden de caravan voor de winter in de berging gezet.
    Meedogenloos laat hij zijn ex-fiets wegroesten voor mijn huis. Elke keer als ik onderweg door e-bikers word ingehaald, stel ik me hún ex-fiets voor. Afgedankt en alleen, ergens in een berging of voortuin, alsof ze geen dienst meer deden. Tubantia Fenna Riethof 28-04-18 [https://www.tubantia.nl/lifestyle/wrak-op-wielen-op-dit-oudje-wil-ik-best-gezien-worden~a22166ff/ Wrak op wielen: 'Op dit oudje wil ik best gezien worden']

Etymologie

* van bergen

Vertalingen

Engelsrecovery, salvage, salvation
DuitsBergung