beschonken

/bəˈsxɔŋkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. onder invloed van alcohol
    De beschonken bestuurder kreeg een boete van 160 euro.
    Een beschonken gast van het hotel rent via de bar naar het terras. Onderweg komt hij ongelukkig ten val en hij belandt in het zwembad.

Etymologie

* maar met een klinkerwisseling e-o (/ɛ/ - /ɔ/)

Vertalingen

Engelsinebriated, ivre
Duitsbetrunken
Spaansebrio
Italiaansubriaco
Portugeesbêbado
Zweedsberusad, påstruken