besmetting

vrouwelijk (de)/bəˈsmɛtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) blootstelling aan een ziektekiem
    Niet iedereen wordt van een besmetting ziek, er zijn genoeg gezonde dragers van ziektekiemen.
    Volgens de Gezondheidsraad kan PrEP helpen het aantal besmettingen van hiv te verlagen. Critici vinden dat het seks zonder condoom aanspoort.NRC Sophie van Oostvoorn 27 maart 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/27/gezondheidsraad-verstrek-hiv-preventiemiddel-prep-a1597234 Gezondheidsraad: verstrek hiv preventiemiddel PrEP ]
    In veel Europese landen stabiliseert het aantal doden en besmettingen, in Zweden blijft de curve doorlopen.
  2. natuurkunde (natuurkunde) blootstelling aan een radioactieve isotoop, gewoonlijk door aanraking of inname
    Vooral een besmetting met radioactief jodium is gevaarlijk na een kernongeluk.

Etymologie

* van besmetten

Vertalingen

Engelsinfection, contamination
Spaansinfección, contagio, contaminación