besmeuren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) insmeren met iets om vies te maken
    De jongens hebben het fietszadel besmeurd met hondenpoep als kwajongensstreek.

Etymologie

*Afgeleid van smeer en

Vertalingen

Engelssmear
Franssouiller
Duitsbeschmutzen
Spaansemporcar, manchar, ensuciar