bessensaus

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zoete stroperige vloeistof gemaakt van (rode)bessen
    Griet bracht de pudding binnen, haar wangen hadden de kleur van de bessensaus die ervan afdroop. De kolos drilde vervaarlijk.
    Het gaat om de portieverpakking (2 x 150 ml) griesmeelpudding met rode bessensaus met 25 juli als uiterste houdbaarheidsdatum. Het dessert is na productie onvoldoende gekoeld en kan snel bederven waardoor de verpakking gaat opbollen.