bessentuin

mannelijk (de)/ˈbɛsə(n)ˌtœyn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afgebakend terrein met verschillende planten waarvan je kleine vruchtjes kan plukken
    Paul laat me zien wat ze de afgelopen jaren tot leven hebben gewekt: een kleine wildernis, waar vogels, kikkers en egels in leven. Twee moestuinen, een miniwijngaard, een bessentuin met frambozen, een kas voor tomaten en een pluktuin met dahlia’s.
    {{ouds