bestijgen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bovenop iets zien te geraken
    Hij nam ook deel aan het feest, dat werd gegeven toen het Paleis weer helemaal in zijn vroegere glorie was hersteld en Koning Palet zijn oude troon weer kon bestijgen. {{Aut|Herzen, Frank
    Deze berg werd pas in de jaren vijftig voor het eerst bestegen.
  2. de troon ~ vorst of vorstin worden
  3. paarden etc. de geslachtsdaad uitvoeren

Etymologie

*Afgeleid van stijgen

Vertalingen

Spaansmontar