bestormen

/bəstɔrmə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een strijdmacht snel te voet een positie van de vijand trachten te overweldigen
    Zij bestormden de strategisch gelegen stad.
    Maar hij wantrouwde hem in de allereerste plaats. Omdat Pradelle van aanvallen hield. Stormenderhand nemen, bestormen, veroveren, hij deed niets liever. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

*Afgeleid van stormen .

Vertalingen

Engelsstorm, beleaguer
Fransse ruer sur
Duitsbestürmen
Spaansasaltar