betering

vrouwelijk (de)/bə'terɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verandering ten goede
    Ajax-trainer Erik ten Hag zag na de eenvoudig gewonnen Klassieker nog altijd ruimte voor betering. ,,Als je zo lang met tien man speelt, dan moet je er misschien nog wel wat meer maken.‘’
    Deemoedig geef ik toe dat het eigenlijk ook heel slecht is en beloof betering.
  2. genezing van een ziekte

Etymologie

* van beteren