betoging

vrouwelijk (de)/bəˈtoɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) openbare samenkomst van velen met als doel een steunbetuiging of protest te laten horen
    Het was de grootste anti-regeringsdemonstratie van de laatste jaren. Jongeren hadden tot de betoging opgeroepen nadat de regering-Bouterse de benzineprijzen vorige week had verhoogd.
    {{ouds
    {{ouds
  2. wetenschap, verouderd (wetenschap) (verouderd) presentatie van feiten en argumenten voor een bepaalde opvatting
    De algebra of stelkunde, bevattende de ontbinding der vergelijkingen of eveningen van de twee eerste graden; die der onbepaalde vergelijkingen van den eersten graad; de algemeene zamenstelllngen der vergelijkingen; de betoging der formule van de tweevoudige grootheid of het binoma van Newton, alleen in geval de geheel positive exponenten plaats grijpen
    {{ouds

Etymologie

**[2] vertaling van Latijn "bewijsvoering, aantoning", aangetroffen vanaf 1587 (zie vindplaats hieronder)

Vertalingen

Engelsdemonstration
Fransmanifestation
Spaansdemostración, manifestación