bewijsvoering

vrouwelijk (de)/bə'wɛɪsfurɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. redenering waarmee men een bewijs tracht te leveren, argumentatie
  2. juridisch (juridisch) de handeling van het bewijzen
    Opeens blijkt de bewijsvoering te magertjes of trekt de eiser zijn klacht in.
    Daarom 'zag hij ervan af om te polemiseren tegen de opvattingen over zedenkwesties van advocaat Olofsson, hoe interessant ze ook waren', met als toevoeging dat zo'n discussie de zaak niet vooruit zou helpen, en stelde voor dat ze in plaats daarvan verder zouden gaan naar de bewijsvoering.