betrouwbaarheid
vrouwelijk (de)/bə'trɔubarhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin met iets of iemand kan en mag vertrouwenDe betrouwbaarheid van informatiesystemen wordt vooral bepaald door de mensen die er mee werken en de software die gebruikt is
- eerlijkheidDe betrouwbaarheid van de wethouder was verdwenen toen bleek dat hij gelogen had over zijn verleden.
Etymologie
*afgeleid van betrouwbaar
Vertalingen
Engelsreliability
Fransfiabilité
DuitsZuverlässigkeit
Spaansfiabilidad, confiabilidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek