beuken
/ˈbøkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ergens fors op slaanPlots werd er op de deur gebeukt.De woeste zee beukt tegen de steile rotswand.
Etymologie
#hout van de beuk, een Europese hardhoutboom
Uitdrukkingen
- er op los beuken
- murw gebeukt
Vertalingen
Engelsbeech, beechen, bash
Franspilonner
Spaansaporrear, pegar, zurrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek