beurs
mannelijk/vrouwelijk (de)/børs/
Wat is de betekenis van beurs?
beurs betekent: (economie), (handel) het beursgebouw waar effecten (waardepapieren) gekocht en verkocht worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie), (handel) het beursgebouw waar effecten (waardepapieren) gekocht en verkocht worden
- een houder voor munten en biljetten
- (financieel) toelage voor iemand die studeren wil
- (financieel), (handel) tentoonstelling waar producenten in een bepaalde branche, nieuwe producten tonen, of het gebouw waarin zulke tentoonstellingen gehouden kunnen worden
- een markt waar de transacties openbaar zijn en waar men financiële instrumenten, goederen of diensten kan aan- en verkopen
- (medisch) slijmbeurs (een kleine zakvormige holte gevuld met een visceuze vloeistof, welke dient als stootkussen op plaatsen, waar druk of wrijving bestaat)
Voorbeelden van "beurs" in een zin
- De Amsterdamse beurs was gevestigd aan het Damrak
- Hij had zijn beurs in zijn kontzak.
- Het gaat natuurlijk om Thea's leven, want dat gaat veranderen - een leven als echtgenote, met een volle beurs en nieuwe kleren.
- Kinderen van arme ouders krijgen een beurs van de overheid.
- Veel huisvrouwen gaan naar de huishoudbeurs
Etymologie
*: In de betekenis van ‘zacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1829
Uitdrukkingen
- Iemand de beurs lichten — van iemand geld stelen/afhandig maken
- iemands beurs spekken — iemand rijk maken
- Met gesloten beurs betalen — door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen
Vertalingen
Engelsstock exchange, purse, scholarship
Fransbourse des valeurs, bourse, bourse d'étude
DuitsBörse, Börse, Geldbörse
Spaansbolsa, bolsa de valores, lonja
Italiaansborsa valori, borsellino, borsa di studio
Portugeesbolsa de valores, porta-moedas, bolsa de estudo
Turksbüzmek
Poolsgiełda, portmonetka, stypendium
Zweedsportmonnä, mässa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek