portemonnee
mannelijk (de)/ˌpɔrtəmɔˈne/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- meestal van leder vervaardigde kleine buidel [1] waarin men munten, papiergeld en andere kleine dingen bewaartEen leren portemonnee.Waar is mijn portemonnee gebleven?
Etymologie
* van "porte-monnaie", in de betekenis van ‘geldtasje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872
Uitdrukkingen
- pijn in de portemonnee hebben
Vertalingen
Engelspurse, wallet, to have snakes in your purse
Fransporte-monnaie, avoir le porte-monnaie en peau d’hérisson, avoir le porte-monnaie en poil d’hérisson
DuitsPortemonnaie, einen Igel in der Tasche haben
Spaansportamonedas, tener un cocodrilo en el bolsillo
Poolsmieć węża w kieszeni
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek