beuzelpraat

mannelijk (de)/ˈbøzəlˌprat/

Wat is de betekenis van beuzelpraat?

beuzelpraat betekent: (pejoratief) onzin die iemand vertelt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) onzin die iemand vertelt

Voorbeelden van "beuzelpraat" in een zin

  • Deze jongen had weer enorme beuzelpraat uitgekraamd over de wilde avonturen die hij op zijn vakantie had meegemaakt.

Veelgestelde vragen over beuzelpraat

Wat is de betekenis van beuzelpraat?

beuzelpraat betekent: (pejoratief) onzin die iemand vertelt

Welk woordgeslacht heeft beuzelpraat?

beuzelpraat is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van beuzelpraat?

Synoniemen van beuzelpraat zijn: geklets, geleuter, gewauwel, prietpraat.

Hoe gebruik je beuzelpraat in een zin?

Voorbeeld: “Deze jongen had weer enorme beuzelpraat uitgekraamd over de wilde avonturen die hij op zijn vakantie had meegemaakt.

Vertalingen

Engelschit-chat, gossip