prietpraat
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onbeduidend gepraat
Etymologie
* In de betekenis van ‘kletspraat’ voor het eerst aangetroffen in 1841
Vertalingen
Engelsgossip, hogwash
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘kletspraat’ voor het eerst aangetroffen in 1841