bevuilen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) vuil maken; verontreinigen
    Hij bevuilde van de schrik zijn nieuwe pak.
    Om haar heen lag braaksel, de achterkant van haar nachtjapon was bevuild.

Etymologie

*Afgeleid van vuil en

Vertalingen

Engelssoil
Franssalir, souiller
Duitsbeschmutzen
Spaansensuciar, manchar