bezem

mannelijk (de)/ˈbezəm/

Wat is de betekenis van bezem?

bezem betekent: (gereedschap) (huishouden) voorwerp om stof en vuil bij elkaar te vegen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap, huishouden (gereedschap) (huishouden) voorwerp om stof en vuil bij elkaar te vegen

Voorbeelden van "bezem" in een zin

  • Met een bezem veeg je vooral grof vuil bij elkaar.
  • Iets hiervan heeft nog lang geleefd in de `Sinterklaaskerels'. Het waren jongens in vrouwenkleren, zwaaiend met een bezem.

Betekenis en uitleg van bezem

Een bezem is een handig schoonmaakgereedschap dat bestaat uit een steel met een bundel haren of vezels aan de onderkant. Het wordt gebruikt om stof, vuil en rommel van vloeren en andere oppervlakken te vegen, waardoor het een onmisbaar hulpmiddel is in elk huishouden.

Het woord 'bezem' wordt vaak gebruikt in de context van schoonmaken en onderhoud. Je pakt een bezem wanneer je snel een ruimte wilt opruimen of wanneer je een grondigere schoonmaakbeurt plant. Er zijn verschillende soorten bezems, zoals een zachte bezem voor binnen en een stevige voor buiten, wat de nuance in gebruik en toepassing benadrukt.

Voorbeelden

  • Na het klussen in de woonkamer pakte ik de bezem om al het stof en de houtkrullen op te ruimen.
  • In de tuin gebruikte ik een stevige bezem om de bladeren van de oprit te vegen.
  • Tijdens het grote voorjaarsschoonmaakproject kwam de oude bezem weer van pas om de garage grondig schoon te maken.

Woordoorsprong

Het woord 'bezem' stamt af van het Middelnederlandse 'besem', dat verwant is aan andere Germaanse talen waarin soortgelijke woorden voorkomen voor het schoonmaakgereedschap.

Veelgestelde vragen over bezem

Wat is de betekenis van bezem?

bezem betekent: (gereedschap) (huishouden) voorwerp om stof en vuil bij elkaar te vegen

Welk woordgeslacht heeft bezem?

bezem is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van bezem?

Synoniemen van bezem zijn: borstel, stoffer, veger, keerborstel.

Hoe gebruik je bezem in een zin?

Voorbeeld: “Met een bezem veeg je vooral grof vuil bij elkaar.

Etymologie

*van Middelnederlands "bessem" / "beseme", in de betekenis van ‘werktuig om te vegen’ aangetroffen vanaf 1240; stamt af van *besmon, cognaat met "besom" en "Besen"

Uitdrukkingen

  • De bezem de mast inop zee de baas zijn
  • De deur uit bezemenwegjagen
  • Het vuil gaat voor de bezemgezegd over iemand die zich hooghartig opstelt
  • Nieuwe bezems vegen schoonnieuwe bazen gaan anders met zittend personeel om
  • Over de bezem getrouwd zijnongehuwd samenwonen, hokken
  • : "besem"

Vertalingen

Engelsbroom
Fransbalai
DuitsBesen
Spaansescoba
Italiaansscopa
Portugeesvassoura
Russischметла
Chinees
Japans
Koreaans
Arabischمكنسة
Turkssüpürge
Poolsmiotła
Zweedssopkvast, kvast
Deenskost, fegekost