bezeren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (refl) zich ~: zich pijn doenBij die val heb ik mij behoorlijk bezeerd.
- (ov) letsel toebrengen aan een lichaamsdeelBij die val heb ik mijn been behoorlijk bezeerd.
Etymologie
*Afgeleid van zeer .
Vertalingen
Engelshurt, injure
Fransse blesser
Duitsverletzen
Spaansherir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek