bezeten
bəˈzetə(n)
Wat is de betekenis van bezeten?
bezeten betekent: onder de invloed van een boze geest zijn
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- onder de invloed van een boze geest zijn
- teveel onder invloed zijn van iets dat op zich niet slecht hoeft te zijn
werkwoord
- voltooid deelwoord van bezitten
Voorbeelden van "bezeten" in een zin
- Uiterlijk onbewogen beantwoordde Chantal zijn bezeten blik.
Etymologie
In de betekenis van ‘krankzinnig’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Vertalingen
Duitsbesessen
Engelspossessed
Franspossédé
Spaansposeso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek