bezetenheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religieuze term waarmee wordt bedoeld dat iemand door de duivel of een boze geest (een demon) in bezit zou zijn genomen.
    De priester wist de man te bevrijden van zijn bezetenheid.
  2. te sterke betrokkenheid of bedrevenheid
    De muzikant werkte met grote bezetenheid aan zijn compositie.

Etymologie

*afleiding van bezeten en