bezetenheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- religieuze term waarmee wordt bedoeld dat iemand door de duivel of een boze geest (een demon) in bezit zou zijn genomen.De priester wist de man te bevrijden van zijn bezetenheid.
- te sterke betrokkenheid of bedrevenheidDe muzikant werkte met grote bezetenheid aan zijn compositie.
Etymologie
*afleiding van bezeten en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek