bezetter

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die bezet, meer in het bijzonder de bezetter van een overwonnen natie in oorlogstijd
    De bezetter was bezig het veel te nationalistische Nationaal Front buiten spel te zetten.http://www.waffen-ss.nl/vwl-opr.php
    Volgens de overlevering vluchtten meisjes uit Plancher-Les-Mines gedurende de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) de bossen in om te ontkomen aan bloeddorstige huurlingen in dienst van de Zweedse bezetter.

Etymologie

*afgeleid van bezetten

Vertalingen

Engelsoccupier
Fransoccupant
DuitsBesatzungsmacht, Besatzer
Spaansocupante