bezie
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbezi/
Wat is de betekenis van bezie?
bezie betekent: (erfwoord) (fruit) (verouderd) besachtige vrucht
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (erfwoord) (fruit) (verouderd) besachtige vrucht
Voorbeelden van "bezie" in een zin
- Marjatta, Suomi's schoonste, is de rode vrucht genaderd, reikt naar haar met tengere vingers, met de fijne vingertoppen, maar kan de bezie niet beroeren, neemt een takje van de bodem, doet de bezie nedervallen.
- Een zwerver zet zich op de zachte zodenVan geurig groen, die 't woud des bergs bezoomen,En de effen blauwe hemel doet hem droomenEn 't mos, dat krielt van beziën, de rooden.[http://dbnl.org/tekst/perk003gedi04_01/perk003gedi04_01_0099.php?q=bezoomenhl1 {{Aut|Perk, J. (ed. Willem Kloos)
Etymologie
*[werkwoord]: stam van bezien, ook op te vatten als afleiding van zie
Vertalingen
Engelsberry
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek