bes
mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛs/
Wat is de betekenis van bes?
bes betekent: (erfwoord) (fruit) kleine vrucht
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (erfwoord) (fruit) kleine vrucht
zelfstandig naamwoord
- (informeel), (persoon) oude en vaak ook kleine vrouw
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een met een halve toon verlaagde "b"
- (muziek) de grondtoon (tonica) van de “bes-mineurtoonladder”, tevens een korte aanduiding van die toonladder
- (muziek) de grondtoon van het “bes-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toon
Voorbeelden van "bes" in een zin
- Wij aten bessen bij het dessert.
- Dagenlang liep ik door bergweides die bezaaid waren met ontelbare bosbessenstruiken. Om de haverklap stopte ik om de zoete bessen te plukken waardoor mijn handen paars kleurden van hun sap.
- De toon “bes” klinkt in de getempereerde stemming, gelijk aan de toon “aïs”.
- Op de notenbalk van een sonate in bes, staan vijf mollen.
- De drie tonen van het bes-mineurakkoord (symbool: B♭m) in grondligging, zijn: bes - des - f.
Etymologie
*[C] b (3)
Vertalingen
Engelsberry, B-flat, B-flat minor
Fransbaie, si bémol, si bémol mineure
DuitsBeere, b, b-Moll
Spaansbaya
Italiaansbacca
Russischягода
Zweedsbär
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek