bezig
/bezɪx/
Wat is de betekenis van bezig?
bezig betekent: aan het werken
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- aan het werken
- altijd aan het werken, vlijtig
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezigen
- gebiedende wijs van bezigen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezigen
Voorbeelden van "bezig" in een zin
- Bezig met de afwas.
- Ik ben bezig, ik heb het druk, ik ben bezet.
- Hij is een bezig persoon.
- Ik bezig.
- Bezig!
Etymologie
In de betekenis van ‘werkzaam’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Duitsfleißig, beschäftigt
Engelsbusy
Fransoccupé
Spaansocupado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek