bezigheid

vrouwelijk (de)/'bezəxhɛɪt/

Wat is de betekenis van bezigheid?

bezigheid betekent: iets waarmee men bezig is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets waarmee men bezig is

Voorbeelden van "bezigheid" in een zin

  • De dokter stopte met zijn bezigheden toen hij plotseling het alarm hoorde afgaan.
  • Vanzelfsprekend was dat niet de verstandigste bezigheid op een hoogte van 4000 meter, vol in de zon, maar er was maar één dag per jaar om net zo naakt als Adam door het paradijs te wandelen en dat wilde ik niet missen.

Betekenis en uitleg van bezigheid

Bezigheid verwijst naar de activiteit of de toestand van bezig zijn met iets. Het geeft aan dat iemand zich bezighoudt met een taak, hobby of verplichting, en vaak ook een gevoel van productiviteit en betrokkenheid met zich meebrengt.

Je gebruikt het woord 'bezigheid' in situaties waarin je wilt benadrukken dat iemand actief iets doet, of wanneer je het hebt over de dingen die iemand graag doet in zijn vrije tijd. Het kan ook een positieve connotatie hebben, als het gaat om persoonlijke ontwikkeling of het volgen van interesses. Bezigheid kan zowel werkgerelateerd als recreatief zijn, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • Tijdens het weekend heb ik veel bezigheid met mijn tuin, het is ontspannend en tegelijkertijd leerzaam.
  • Haar grootste bezigheid is het schrijven van een boek, iets waar ze al jaren van droomt.
  • De kinderen hadden veel bezigheid op de speelplaats, wat resulteerde in vrolijke geluiden en gelach.

Woordoorsprong

Het woord 'bezigheid' is afgeleid van het werkwoord 'bezig zijn', wat betekent dat je actief met iets aan de slag bent. Het combineert elementen van 'bezig', wat activiteit aanduidt, en 'heid', dat een toestand of kwaliteit beschrijft.

Veelgestelde vragen over bezigheid

Wat is de betekenis van bezigheid?

bezigheid betekent: iets waarmee men bezig is

Welk woordgeslacht heeft bezigheid?

bezigheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van bezigheid?

Synoniemen van bezigheid zijn: activiteit.

Hoe gebruik je bezigheid in een zin?

Voorbeeld: “De dokter stopte met zijn bezigheden toen hij plotseling het alarm hoorde afgaan.

Etymologie

*Afgeleid van bezig .

Vertalingen

Engelsactivity
Fransactivité
DuitsAktivität
Spaansactividad, ocupación
Poolszajecie