bezigheid
vrouwelijk (de)/'bezəxhɛɪt/
Wat is de betekenis van bezigheid?
bezigheid betekent: iets waarmee men bezig is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets waarmee men bezig is
Voorbeelden van "bezigheid" in een zin
- De dokter stopte met zijn bezigheden toen hij plotseling het alarm hoorde afgaan.
- Vanzelfsprekend was dat niet de verstandigste bezigheid op een hoogte van 4000 meter, vol in de zon, maar er was maar één dag per jaar om net zo naakt als Adam door het paradijs te wandelen en dat wilde ik niet missen.
Etymologie
*Afgeleid van bezig .
Vertalingen
Engelsactivity
Fransactivité
DuitsAktivität
Spaansactividad, ocupación
Poolszajecie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek